|
Georg Friedrich Händel (1685 – 1759) werd geboren in Halle an der Saale als zoon van de lijfarts van de hertog van Halle-Weißenfels. In tegenstelling tot bijv. J.S. Bach had hij een makkelijke jeugd en groeide in relatieve welstand op. Als men het naar hem vernoemde museum bezoekt in de Große Nikolaistraße in Halle (waar hij geboren werd) zult U moeten beamen dat dit het huis was van een rijke familie. Zijn muzikaal talent werd al vroeg ontdekt en (aanvankelijk tegen de zin in van zijn vader) werd hij geschoold in de orgelkunst door de Hallese componist/ organist Zachow. Behalve muziek studeerde hij intussen ook rechten aan de universiteit van Halle en haalde er zijn bul in 1702. Tegelijkertijd was hij tot 1703 ook organist in de Maria & Marktkirche (de Dom van Halle) waar hij was gedoopt. In dat jaar vertrok hij voor twee jaar naar Hamburg, waar hij viool en clavecimbel speelde bij de opera onder de (uit Teuchern bij Weißenfels – alweer een Sakser! – afkomstige) beroemde dirigent en componist Reinhard Keiser. Händel schreef daar twee opera’s Almira en Nero en wist ze ook in productie te brengen. Van 1706 – 1709 reisde hij naar alle belangrijke steden in Italië en ontmoette de voornaamste Italiaanse componisten van zijn tijd. Hij vestigde intussen een reputatie als klavecinist. Hij componeerde, produceerde en dirigeerde de opera Agrippina in Venetië. Verder componeerde hij in Italië de oratoria La Resurrezione en Il Triomfo del Tempo, solo cantata’s, kamer duetten etc. Het netwerken dat hij daar deed betaalde zich mooi toen hij met de hulp van de Italiaanse componist en diplomaat Agostino Steffani (wiens opvolger hij daar werd) een aanstelling kreeg als kapelmeester van Elector Georg Ludwig (de latere koning George I van Engeland) in Hannover in 1710. Daar bleef Händel maar kort; hij vertrok voor een langdurig verblijf naar Londen, waar hij uiteindelijk in dienst zou treden van de nieuwe koning. Diens kroning vond plaats in 1714 na de dood van Queen Anne, die overigens Händel intussen al een jaarlijkse toelage had verleend. (Hij at dus eigenlijk van twee walletjes.) Op een paar bezoekjes aan Duitsland na, bleef hij de rest van zijn leven in Engeland. Wij zullen zijn leven en zijn uitzonderlijk rijke muzikale erfenis nog uitgebreider bespreken. Behalve een uniek talent was Händel ook een gewiekst opportunist. Dit stelde hem in staat ook in moeilijke tijden in Engeland zich niet alleen staande te blijven, maar ook een groot succes te worden in wisselende muzikale genres. Händel kende Telemann vrij goed. Helaas vond hij nooit de tijd om (de toen nog onbekende) J.S. Bach te ontmoeten, ofschoon deze dat tot twee keer toe probeerde. Daarover meer op onze reizen. Händelmuseum in Halle

|